
Maatschappelijk verantwoord ondernemen, kortweg MVO, betekent dat je als ondernemer rekening houdt met het effect van het bedrijf op het milieu en de mensen binnen en buiten het bedrijf.
Alle kernprocessen van het bedrijf spelen een rol bij MVO. Van inkoop tot personeelsbeleid en marketing. Vaak doen bedrijven al iets aan MVO, maar is er geen sprake van een beleid op dat gebied. Denk bijvoorbeeld aan energiezuinig produceren, zorgen voor goede arbeidsomstandigheden in het bedrijf, beschikken over een klachtenprocedure of het ondersteunen van lokale activiteiten.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen levert een bedrijf allerlei voordelen op.Bron: MVO Nederland
Een balans is niets anders dan een momentopname van de
samenstelling van het vermogen van de organisatie. Organisaties zijn
zelfs verplicht om op elk moment de financiële rechten en plichten
van hun organisatie te kunnen presenteren: ze zijn namelijk
verplicht om boek te houden.
Aan het eind van een boekjaar - meestal lopend van januari t/m
december - wordt de jaarrekening opgemaakt, de balans en
resultatenrekening van het afgelopen boekjaar.
Cijfers zeggen u natuurlijk niets als u ze niet kunt interpreteren
en de samenhang niet begrijpt. Cijfers kunnen het beste worden
uitgelegd aan de hand van een voorbeeld.
|
Activa |
Passiva |
||
|
Materiële vaste activa |
Eigen vermogen |
||
|
Gebouwen en terreinen |
1.020.000 |
Aandelen vermogen |
1.000.000 |
|
Machinepark |
2.500.000 |
Reserves |
3.120.000 |
|
Inventaris |
635.000 |
Resultaat boekjaar |
410.000 |
|
Vlottende activa |
Voorzieningen |
||
|
Voorraad grond / hulpstoffen |
350.000 |
Voorziening risico’s/kosten |
500.000 |
|
Voorraad halffabrikaat |
480.000 |
Langlopende schulden |
|
|
Voorraad gereed product |
560.000 |
Hypothecaire lening |
1.500.000 |
|
Debiteuren |
985.000 |
Kortlopende schulden |
|
|
Liquide middelen |
450.000 |
Crediteuren |
450.000 |
|
Totaal |
6.980.000 |
Totaal |
6.980.000 |
|
Lasten |
Baten |
||
|
Bedrijfskosten |
Bedrijfsopbrengsten |
||
|
Inkopen grond / hulpstoffen |
4.380.000 |
Omzet |
8.180.000 |
|
Lonen en salarissen |
1.890.000 |
Andere opbrengsten |
500.000 |
|
Afschrijvingen vaste activa |
720.000 |
Financiële opbrengsten |
|
|
Andere bedrijfskosten |
1.230.000 |
Rente |
13.000 |
|
Financiële kosten |
|
Buitengewone baten |
7.000 |
|
Rente van schulden |
65.000 |
|
|
|
Buitengewone lasten |
5.000 |
|
|
|
Resultaat boekjaar |
410.000 |
|
|
|
Totaal |
8.700.000 |
Totaal |
8.700.000 |
Activa
Materiële vaste activa
Vlottende activa
Voorraden
Debiteuren
Liquide middelen
Passiva
De passiva van de balans laat zien hoe de bezittingen zijn
gefinancierd: met eigen vermogen en met vreemd vermogen, zoals
leningen of schulden. Het overschot zijn de reserves en
voorzieningen en vaak ook de winst van het afgelopen boekjaar.
Eigen vermogen
Eigen vermogen bestaat uit die middelen die de onderneming zelf
in het bedrijf heeft ingebracht. De inbreng van eigen geld is
belangrijk voor het verkrijgen van krediet. Het zegt namelijk iets
over de risico's die de onderneming ook zelf bereid is om te nemen
en over het eigen vertrouwen in het slagen van de eigen onderneming.
Aandelenvermogen
Het aandelenvermogen is verkregen door de uitgifte van aandelen
in de onderneming.
Reserves
Voorzieningen
Langlopende schulden
Langlopende schulden hebben een looptijd van meer dan een jaar.
Dit zijn o.a. hypothecaire geldleningen om bijvoorbeeld een grote
verbouwing te kunnen financieren.
Kortlopende schulden
Crediteuren
De rekening van baten en lasten of
resultatenrekening is eigenlijk heel simpel.
Wat zeggen de cijfers van de balans en resultatenrekening nu van de prestaties van de onderneming? Dit kunnen we doen aan de hand van het berekenen van kengetallen of ratio’s. Deze cijfers krijgen pas werkelijke betekenis als ze worden vergeleken met die van andere perioden of met die van andere ondernemingen uit dezelfde branche.
Current ratio
Totaal vlottende activa : Totaal kortlopende schulden
€ 2.825.000 : € 450.000 = 6,2
Quick ratio
(Totaal vlottende activa -/ - voorraden) : Totaal kortlopende schulden
(€ 2.825.000 -/- € 1.390.000) : € 450.000 = 3,2
Debt-ratio solvabiliteit
Totale eigen vermogen : Totale vermogen
€ 4.530.000 : € 6.980.000 = 0,6
Solvabiliteitsratio
Totale eigen vermogen : Totale vreemd vermogen
€ 4.530.000 : € 1.950.000 = 2,3
REV
(Netto resultaat (na aftrek belastingen) : eigen vermogen) * 100 = X%
(€ 410.000 : € 4.530.000) * 100 = 9%
RTV
(Netto resultaat (na aftrek belastingen) : totale vermogen) * 100 = X%
(€ 410.000 : € 6.980.000) * 100 = 6%
Ratio Werkkapitaal/Omzet
(Vlottende activa -/- vlottende schulden) : omzet
(€ 2.825.000 -/- € 450.000) : € 8.180.000 = 0,29
Operationele bedrijfsmarge
((Omzet -/- operationele kosten) : Omzet) * 100 = X%
((€ 8.180.000 -/- (€ 4.380.000 +/+ € 1.890.000 +/+ € 1.230.000)) : € 8.180.000) * 100 = 8,3%
Netto bedrijfsmarge
(Resultaat: Omzet) * 100 = X%
(€ 410.000 : € 8.180.000) * 100 = 5%
Omloopsnelheid voorraden
De omloopsnelheid is een graadmeter om de optimale voorraad te
berekenen, d.i. hoeveel malen per jaar wordt de gemiddelde voorraad
omgezet.
Inkoopwaarde omzet : gemiddelde voorraad (stel dat deze gelijk is aan de voorraad grond- en hulpstoffen)
€ 4.380.000 : € 350.000 = 12,5
Opslagduur voorraden
(Gemiddelde voorraad: Inkoopwaarde omzet) * 365 dagen
(€ 350.000 : € 4.380.000) * 365 = 29,2 dagen
Omloopsnelheid totale vermogen
Omzet : Balanstotaal
€ 8.180.000 : € 6.980.000 = 1,2
Omloopsnelheid debiteuren
Omzet : Debiteuren
€ 8.180.000 : € 985.000 = 8,3
Kredietduur debiteuren
(Debiteuren : Omzet) * 365 dagen
(€ 985.000 : € 8.180.000) * 365 dagen = 44 dagen (!)
Met investeringen worden in de regel de
aankopen van materiële vaste activa bedoeld. Investeringen hebben
een lange doorlooptijd, daarom wordt het aankoopbedrag niet in de
resultatenrekening opgenomen, maar wordt de aanschafprijs op de
balans vermeld en worden er jaarlijks bedragen afgeschreven die zijn
gerelateerd aan de geschatte levensduur.
Een gezonde onderneming zal van tijd tot tijd productiemiddelen
moeten aanschaffen als gevolg van uitbreiding van de productie of
omdat bestaande middelen vervangen moeten worden.
Soms moet het bedrijfspand verbouwd worden of moet er zelfs grond
aangekocht worden.
Investeringen worden vaak gefinancierd. Een
investering gaat dan ook niet over een dag ijs.
Vaak wordt een investeringsprojectplan opgesteld waarmee het
investeringsproject bedrijfseconomisch verantwoord moet worden.
Voordat men met het investeringsprojectplan begint is er al veel
voorafgaand onderzoek verricht, zoals marktonderzoek en
productontwikkeling of productinnovatie.
Een investering moet rendement hebben en zichzelf ook binnen een
gestelde tijd terugverdienen.
Een goed rendement op investeringen (ROI)
is ook van essentieel belang om de aandeelhouders tevreden te
stellen en ook om in de toekomst financieringen aan te kunnen
trekken.
Om het duurzaam of maatschappelijk verantwoord ondernemen te bevorderen heeft de overheid allerlei stimulerende maatregelen getroffen. Het betreft de volgende investeringen:
Om investeringen te kunnen doen kan een onderneming natuurlijk
geld bij de bank lenen.
Een andere mogelijkheid is de emissie (uitgifte) van
aandelen. De onderneming moet dan wel beursgenoteerd zijn of worden.
De uitgifte van aandelen wordt verzorgd door een financiële
instelling die hiervoor een vergunning heeft.
De aandelen die de onderneming op de beurs aanbiedt hebben een
oorspronkelijke waarde (nominale waarde) en een handelswaarde
(beurswaarde of beurskoers).
Iedereen kan in principe aandelen kopen en verkopen op de beurs. Het kopen van aandelen noemen we beleggen.
We onderscheiden twee typen beleggers:
Over geleend geld moet rente worden betaald. Over de aandelen die
de onderneming heeft uitgegeven en die door particuliere beleggers
en institutionele beleggers in bezit zijn, moet de onderneming
dividend uitkeren.
Als dividend de enige inkomsten uit aandelen zouden zijn, dan zou
niemand aandelen kopen. Aandelen hebben een beurswaarde en die kan
schommelen. Als de aandelen worden verkocht en ze zijn meer waard
dan de aankoopwaarde, dan is er sprake van winst op aandelen.
Het is dus van belang dat een onderneming goede
toekomstverwachtingen heeft, voordat er aandelen uitgegeven worden.
Ondernemingen - maar ook instellingen - presenteren vaak
zogenaamde kerncijfers.
Kerncijfers zeggen vaak meer over de prestaties van de onderneming
dan woorden.
Door deze kerncijfers te vergelijken met die van voorafgaande jaren,
kunnen we de ontwikkelingen in de prestaties van de onderneming
volgen.
We laten er een aantal de revue passeren:
Bedragen x € 1.000
|
Resultaten |
2000 |
2001 |
2002 |
2003 |
2004 |
|
Geïnvesteerd vermogen |
2.500 |
3.500 |
3.850 |
4.000 |
4.120 |
|
Investeringen materiële vaste activa |
2.080 |
3.109 |
3.500 |
3.890 |
3.955 |
|
Omzet |
3.689 |
5.967 |
7.125 |
8.090 |
8.180 |
|
Operationeel resultaat |
8,5% |
7,4% |
7,5% |
8,0% |
8,3% |
|
Netto resultaat |
4,6% |
4,0% |
4,8% |
3,5% |
5,0% |
|
Medewerkers naar geslacht |
|||||
|
Manen |
25 |
26 |
26 |
27 |
26 |
|
Vrouwen |
23 |
24 |
26 |
28 |
28 |
|
Medewerkers naar functieniveau |
|||||
|
LBO - MBO |
28 |
28 |
29 |
30 |
30 |
|
HBO - Academisch |
20 |
22 |
23 |
25 |
24 |
|
Medewerkers naar dienstverband |
|||||
|
Voltijd |
46 |
47 |
48 |
50 |
48 |
|
Deeltijd |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
|
Personeelsstromen |
|||||
|
Instroom |
2 |
2 |
3 |
3 |
2 |
|
Uitstroom |
0 |
0 |
1 |
0 |
1 |
|
Ziekteverzuim |
2,0% |
2,1% |
2,2% |
2,2% |
2,1% |
Deze cijfers zijn vaak bestemd voor zowel intern als extern gebruik. Veel ondernemingen plaatsen dit soort cijfers tegenwoordig op hun website. Zo kunnen ook de (potentiële) aandeelhouders of medewerkers een indruk krijgen van de hele gang van zaken.
Net zoals burgers hun jaarlijkse uitgaven plannen, doen
organisaties dat ook.
Bij organisaties gaat er een belangrijke fase aan vooraf, want
ondernemen is uitdagend maar niet zonder risico’s.
Elke organisatie begint met een strategisch ondernemingsplan op
te stellen. Dit plan komt voort uit de gemeenschappelijke ambitie
(missie en visie).
Het strategisch ondernemingsplan is een meerjarenplan, dat elk jaar
opnieuw wordt getoetst op zijn actualiteit en - als gevolg van
bijvoorbeeld ontwikkelingen in de wereldeconomie en de maatschappij
- bijgesteld kan en moet worden.
Het opstellen van het strategisch ondernemingsplan is een
belangrijke taak van het bestuur van de organisatie. In het
strategisch ondernemingsplan zijn de doelen die de organisatie heeft
gesteld, nader uitgewerkt en wordt bepaald hoe deze doelen het best
bereikt kunnen worden.
Het zijn allemaal cruciale vragen die de organisatie zich vooraf stelt en het behoeft dan ook geen betoog dat de keuze voor de te volgen strategie van groot belang is voor de voortgang van de organisatie. Kiest een organisatie voor de verkeerde strategie, dan kan dat de ondergang betekenen.
Het ondernemingsbudget is de praktische
vertaling - in cijfers - van het strategisch ondernemingsplan voor
de korte termijn, namelijk voor een jaar. Van jaar tot jaar wordt
bepaald welke baten (opbrengsten) en lasten (kosten) de organisatie
verwacht. De verantwoordelijken in de organisatie bewaken de
gebudgetteerde opbrengsten en kosten.
Ondanks de inzet van de budgetbewakers zijn er externe factoren die
de geplande doelstellingen kunnen doorkruisen.
De prijzen van de grondstoffen kunnen plotseling sterk stijgen, er
komt nieuwe en strengere milieuwetgeving, de afzet van producten kan
stagneren of minder worden als gevolg van nieuwe concurrentie of als
gevolg van een grillig conjunctuurverloop.
Zowel perioden van hoogconjunctuur als de organisatie niet aan de
vraag kan voldoen en kostbare maatregelen moet nemen om dit op te
kunnen vangen, als perioden van laagconjunctuur als de afzet
stagneert, kunnen de organisatie grote problemen bezorgen. Door
bijvoorbeeld meer verscheidenheid aan te brengen in producten en
diensten of door het terugdringen van de kosten, kunnen dergelijke
bedreigingen worden opgevangen.
Onderzoek en ontwikkeling is een veelomvattend en belangrijk onderdeel van het ondernemen. Er wordt de laatste jaren gelukkig wat meer aandacht aan onderzoek en ontwikkeling besteed en dat is ook hard nodig om de concurrentiepositie van de Nederlandse bedrijven te verbeteren.
Bij grote internationale bedrijven vindt onderzoek en ontwikkeling meestal centraal plaats. Dit is ontstaan uit de noodzaak van kostenbeheersing. De laatste tijd zien we echter een trend naar meer decentralisatie. Een eigen onderzoek- en ontwikkelcentrum stimuleert innovatie en daar kan snel over de hele wereld van meegeprofiteerd worden.
We leven in een informatietijdperk met onbegrensde mogelijkheden. Geen enkele branche is zo dynamisch en innovatief als de ICT branche. Organisaties die het belang van ICT hebben onderkend en de mogelijkheden benutten, merken dit aan hun resultaten. Met behulp van ICT kunnen zij veel efficiënter werken en daardoor aanmerkelijk op de kosten besparen.
De samenwerking en uitwisseling van ideeën en informatie tussen onderzoekers en ontwikkelaars over de hele wereld verbetert de mogelijkheden voor productontwikkeling en -innovatie. Met behulp van een wereldwijd informatienetwerk (via het internet) kan deze samenwerking nog verder vormgegeven worden. Onderzoekers over de gehele wereld kunnen op deze manier bijvoorbeeld samen aan een project werken, zonder dat ze daarvoor lange reizen hoeven te maken.
Marketing is nauw betrokken bij onderzoek en ontwikkeling van producten en diensten. Zowel in de fase voor ontwikkeling, zoals bijvoorbeeld het onderzoek naar consumentengedrag, als bij het in de markt zetten van nieuwe producten en diensten. Daarnaast moet worden bepaald welke marketingtechnieken gebruikt gaan worden om het nieuwe product of de nieuwe dienst te promoten, zoals bijvoorbeeld een reclamecampagne op de tv.
Ook op het vakgebied van marketing en reclame gaat ICT een steeds grotere rol spelen, zoals bijvoorbeeld webvertising, on-line shopping en e-marktplaatsen.
Wie te maken krijgt met de arbeidsomstandigheden in de organisatie zal al snel merken dat dit een vrij complexe aangelegenheid is. Je raakt verstrikt in het web van regelgeving en niet in de laatste plaats omdat de arbeidsomstandigheden op verschillende niveaus georganiseerd zijn.
|
Niveau |
Uitgevoerd door/via |
Toezicht via |
|
Europees niveau |
Directoraat-Generaal V: Werkgelegenheid en Sociale Zaken Europese richtlijnen inzake arbeidsomstandigheden |
Europese Commissie |
|
Landelijk niveau |
Ministerie SZW Arbowet |
Arbeidsinspectie |
|
Brancheniveau |
Ministerie SZW, werkgevers uit een bepaalde branche en vakbewegingen Arboconvenanten |
Ministerie SZW |
|
Organisatieniveau |
Bestuur organisatie, ondersteund door Arbodienst en preventiemedewerker Arbo- en milieubeleidsverklaring |
Interne controle (audits) |
Met arbozorg bedoelt men in de regel dat
de organisatie aandacht besteedt aan de arbeidsomstandigheden van
het personeel. Gebeurt dit op een beleidsmatige en systematische
manier met de bedoeling om continue de arbeidsomstandigheden te
verbeteren, dan spreekt men van een arbozorgsysteem. Als het
management van de organisatie systematisch betrokken is bij de
controle op de werking van het systeem, dan kunnen we ook spreken we
van een arbomanagementsysteem.
OHSAS 18001 is een veiligheidsmanagementsnorm gebaseerd op de ISO 14001 en op de ISO 9000 systematiek. OHSAS staat voor Occupational Health and Safety Assessment Series.
Een arbozorgsysteem is dus een bewuste keuze voor systematiek in de arbozorg.
Een goed werkend arbozorgsysteem vereist betrokkenheid, visie en beleid van het management. Het moet breed en diep in de organisatie verankerd zijn om tot zijn recht te komen.
De
ondernemingsraad levert op de eerste plaats een bijdrage in de
totstandkoming van het arbobeleid. Daarnaast heeft de
ondernemingsraad een stimulerende en toetsende rol ten aanzien van
het voorgenomen en gevoerde beleid.
Met milieuzorg bedoelt men in de regel dat de organisatie aandacht besteedt aan de milieuaspecten van de bedrijfsvoering.
Met een milieumanagementsysteem wordt voldaan aan wet- en regelgeving, het beheersen van de milieurisico’s en wordt gestreefd naar verbetering van de milieuprestaties.
ISO 14001 is een internationaal geaccepteerde norm die aangeeft waaraan een goed milieumanagementsysteem zou moeten voldoen.
De interne controle
De ondernemingsraad heeft in
ieder geval adviesrecht over de invoering van een
milieumanagementsysteem. Daarnaast kan een stimulerende rol worden
gespeeld ten aanzien van het te voeren beleid.
In ons land zijn verschillende vormen van
arbodienstverlening mogelijk, van professioneel en gecertificeerd
tot en met de aanstelling van een preventiemedewerker. Het hangt af
van het type organisatie, de omvang van de organisatie en de op
brancheniveau gemaakte afspraken welke vormen van
arbodienstverlening op de organisatie van toepassing kunnen zijn.
Tenzij de gekozen vorm van arbodienstverlening op brancheniveau is
geregeld via de CAO, moet de ondernemingsraad ermee akkoord gaan.
Gecertificeerde arbodeskundige (interne arbodienst)
Voor ziekteverzuimbegeleiding,
arbeidsomstandigheden spreekuur, arbeidsgezondheidskundig
onderzoek en aanstellingskeuringen moet echter een bedrijfsarts
beschikbaar zijn.
Organisaties zijn verplicht om één of meer medewerkers aan te stellen als bedrijfshulpverlener. Het zijn in de regel medewerkers die vanwege hun functie een grote beschikbaarheid hebben en op de werkplek aanwezig zijn, doortastend kunnen optreden, goed kunnen improviseren en stressbestendig zijn. éen bedrijfshulpverlener per 50 werknemers is ongeveer de indicatie (bij meer dan 1000 werknemers 1 op de 100).
Bedrijfshulpverleners moeten goed zijn opgeleid. Hun erkenning moet elk jaar opnieuw bevestigd worden. De opleidingen zijn afgestemd op de arbeidsomstandigheden in de organisatie. Daarnaast moeten zij regelmatig oefeningen houden, minimaal één keer per jaar een ontruimingsoefening. De oefeningen zijn er om van te leren, daarom worden ze altijd geëvalueerd.
Er moeten altijd voldoende bedrijfshulpverleners aanwezig zijn.
De taken van de bedrijfshulpverlening zijn gericht op hun
voorpostfunctie. Zij moeten binnen enkele minuten ter plaatste
zijn voor het verlenen van eerste hulp bij ongevallen, het beperken
en bestrijden van kleine branden en het beperken en voorkomen van
ongevallen.
In noodsituaties alarmeren en evacueren ze alle mensen in het gebouw
en ze schakelen brandweer, ambulance of politie in.
De bedrijfshulpverlening richt zich
primair op incidenten. Een ontruimingsplan beschrijft de taken,
verantwoordelijkheden en de te volgen procedures in geval van een
calamiteit. Hoe belangrijk de coördinatie van alle acties die
uitgevoerd moeten worden bij een calamiteit is, spreekt voor zich.
Ook de organisatorische aspecten die
goede communicatie mogelijk maken (bijv. het kennen van
ontruimingsprocedures of vluchtwegen) én goede
communicatiefaciliteiten zijn onontbeerlijk voor het goed
functioneren van de bedrijfshulpverlening.
De ondernemingsraad moet instemming verlenen met de organisatie van de bedrijfshulpverlening. Hieronder volgen enkele aandachtspunten voor grote organisaties:
Een risico inventarisatie en evaluatie is een verplichting van de Arbowet. Het betekent dat er een onderzoek moet worden verricht waarbij alle mogelijke risico’s voor de veiligheid en gezondheid van de werknemer in kaart worden gebracht. Het betekent ook dat er maatregelen moeten worden genomen om deze risico’s te beperken.
In de praktijk doorloopt de RI&E de volgende stappen:
Het vaststellen van de prioriteiten en plan van aanpak geschiedt in overleg met de ondernemingsraad.
Veiligheid en gezondheid is een belangrijk bewustwordingsproces!
Een keer per jaar wordt u als medezeggenschapsorgaan
geconfronteerd met de voortgang van het plan van aanpak. U toetst of
de doelstellingen zijn gehaald en of er bijstellingen nodig zijn.
Toch is het aan te bevelen om niet te wachten tot dat ene tijdstip.
U kunt het hele jaar op de hoogte blijven van de voortgang door
bijvoorbeeld een van de leden aan te wijzen om gegevens te
verzamelen en te presenteren.
Om de voortgang te kunnen toetsen dient u te beschikken over een aantal cijfers. Deze cijfers moet u wel kunnen vergelijken met andere perioden om opvallende verschijnselen te kunnen signaleren. Vaak worden dergelijke cijfers al bijgehouden en anders moet u zorgen dat ze bijgehouden gaan worden.
Gegevens over de aandacht voor
veiligheid bij de interne communicatie
Ondanks het feit dat de overheid diverse maatregelen heeft getroffen om de gelijke behandeling van mannen en vrouwen te bevorderen, verdienen vrouwen nog steeds speciale aandacht van medezeggenschap in de organisatie. Waarom?
Wat u kunt betekenen hangt sterk af van het type organisatie
waarin u medezeggenschap heeft. Bij de (semi) overheid werken
doorgaans meer vrouwen dan bijvoorbeeld in de industrie en
bouwnijverheid en zijn de arbeidsomstandigheden ook stukken beter.
Er zijn echter overal een aantal (knel)punten die vaak de reden zijn
waarom vrouwen afhaken. Deze knelpunten kunt u op z’n minst
bespreekbaar maken.
Elke ondernemingsraad in ons land zou zich sterk moeten maken
voor de positie van de vrouwen in de organisatie. Vrouwen in
Nederland verkeren nog steeds een beschamende achterstandspositie en
het wordt hoog tijd dat daar iets aan verandert!
Wie het belonen van medewerkers nog ziet als een noodzakelijk
kwaad, is niet meer van deze tijd.
Moderne organisaties die ambitieus zijn en vooruit denken, beseffen
maar al te goed dat het succes van hun organisatie direct
afhankelijk is van kwaliteit, initiatief en toewijding van hun
medewerkers.
Om succesvol te kunnen blijven en ook in de toekomst mensen te
kunnen blijven aantrekken, is een goed Human Resources beleid
noodzakelijk. Een goed beloningsbeleid is daar een onderdeel van.
Op de eerste plaats moet de organisatie het belonen van de
medewerkers op waarde weten te schatten. Een beloning is niet alleen
een objectieve methode om de relatieve zwaarte van een functie te
meten; het is meer dan dat. De beloning moet ook een weerspiegeling
zijn van de betekenis van de werknemer voor het succes van de
organisatie: de kwaliteit van het functioneren en de prestatie die
wordt geleverd.
De uitwerking van een goed beloningsbeleid is een beloningssysteem
dat niet alleen rechtvaardig is, maar ook dynamisch en flexibel en
dat recht doet aan de prestatie van de werknemer.
In een functioneringsgesprek wordt het functioneren van de werknemer met de afdelingsmanager besproken. Ook andere zaken komen aan de orde, zoals plezier in het werk, eventuele (persoonlijke) knelpunten, ambities m.b.t. carrière of opleiding. Een functioneringsgesprek is geen eenrichtingsverkeer. De werknemer moet ook kritiek kunnen leveren.
Als een functioneringsgesprek alleen wordt gevoerd omdat het als
een verplichting wordt gezien, dan is het zinloos en kan het beter
achterwege worden gelaten!
Het meest
belangrijke van een functiewaarderingssysteem is dat het
rechtvaardige beloningen en rechtszekerheid biedt.
|
Punten |
Functie groep |
Minimum maandsalaris |
Gemiddeld maandsalaris |
Maximum |
|
>100 |
1 |
€ 1.500 |
€ 1.600 |
€ 1.700 |
|
100 - 149 |
2 |
€ 1.580 |
€ 1.680 |
€ 1.780 |
|
150 - 200 |
3 |
€ 1.600 |
€ 1.700 |
€ 1.800 |
Om te kunnen beoordelen welk salaris bij welke functie hoort,
moeten alle functies worden geanalyseerd en vervolgens gewaardeerd.
Dit proces noemt men functiewaardering. Functiewaardering is een
systematische en objectieve methode om de relatieve zwaarte van een
functie te meten. Er zijn verschillende methoden om functies te
waarderen, waarbij gebruik wordt gemaakt van
een aantal algemeen
maatschappelijk aanvaarde facetten, zoals kennis,
verantwoordelijkheid, sociale vaardigheden e.d.
|
Hoofdkenmerk |
Gezichtspunt |
Afweeg factor |
Aspect |
|
Verantwoordelijkheid |
Problematiek |
6 |
Complexiteit, functionele ruimte |
|
Effect |
4 |
Resultaat, invloed |
|
|
Kennis |
Kennis |
5 |
Niveau, omvang |
|
Sociale interactie |
Leiding geven |
2 |
Aantal werknemers, aard van de aansturing |
|
Uitdrukkingsvaardigheid |
2 |
Materie, kwaliteit |
|
|
Contact |
2 |
Beïnvloeding / kwaliteit, functionele relatie |
|
|
Specifieke handelingsvereisten |
Bewegingsvaardigheid |
2 |
Beheersing, bemoeilijkende factoren |
|
Oplettendheid |
1 |
Intensiteit |
|
|
Uitzonderlijke kenmerken |
1 |
Duur, aard, belang |
|
|
Bezwarende omstandigheden |
Lichamelijke inspanning / massa |
1 |
Intensiteit, duur, herhaling |
|
Lichamelijke inspanning / houding en beweging |
1 |
Intensiteit, duur |
|
|
Werkomstandigheden |
3 |
Intensiteit, duur |
|
|
Persoonlijk risico |
1 |
Ernst letsel, kans op letsel |
Functies zijn
aan verandering onderhevig en er komen steeds nieuwe functies
bij, als gevolg van
technologische ontwikkelingen of structuuringrepen.
Aan
functiewaarderingssystemen dient dus ook periodiek onderhoud te
worden gepleegd om de geloofwaardigheid te garanderen.
Het
marktmechanisme kan gehanteerde functiewaarderingssystemen onderuit halen, als gevolg van het niet bijstellen van het
beloningsbeleid.
Ofschoon het salaris toch wel de belangrijkste directe beloning voor onze geleverde prestaties genoemd mag worden, zijn er vele soorten beloningen die mogelijk net zo belangrijk zijn als het salaris. Het is dan ook vaak het totale plaatje, dat een sollicitant doet besluiten om een bepaalde functie te aanvaarden.
Net zoals er veel smaken zijn, zijn er ook veel beloningen en
alles wat maar aantrekkelijk gevonden kan worden, kunnen slimme HRM
managers als een beloning presenteren.
De een vindt flexibele werktijden helemaal top en de ander is
gecharmeerd van de prachtige lease-auto met airco of een eigen
kantoor met secretaresse.
Hieronder volgen de belangrijkste soorten beloningen:
Directe beloningen
Indirecte beloningen
In de top van grote organisaties is het al lang gebruikelijk dat
uitzonderlijke persoonlijke prestaties naar verhouding worden
beloond.
Door de emancipatie van het individu en de toename van de welvaart,
groeit bij de gewone werknemers ook de behoefte aan
andersoortige beloningen. Ook zij willen erkenning voor bijzondere
prestaties. In het beloningsbeleid van veel organisaties komen
tegenwoordig dan ook diverse vormen van prestatiebeloning voor.
Er zijn echter wel risico’s verbonden aan
prestatiebeloningen:
Ofschoon we steeds meer met prestatiebeloningen te maken zullen krijgen en deze zeker een positieve stimulans zijn voor de motivatie van mensen, moeten we wel alert zijn op de mogelijke nadelige gevolgen.
In de meeste
organisaties is de correlatie tussen macht en inkomen bijna
volledig. De persoon met de meeste macht in de organisatie heeft het
hoogste inkomen en naarmate het inkomen lager is, zal ook de macht
overeenkomstig verminderen.
Topinkomens worden
in de regel op dezelfde wijze vastgesteld als die van de overige
werknemers; door middel van een objectief
functiewaarderingssysteem.
Ons land kent een jarenlange traditie van inkomensnivellering en inkomensmatiging. De laatste tijd is er echter een trend waarneembaar van steeds maar groeiende topinkomens, terwijl aan de werknemers loonmatiging wordt gevraagd. Door de overheid worden diverse maatregelen getroffen om deze excessieve en onrechtvaardige groei in te perken.
In het bedrijfsleven kent men de Code Tabaksblat. Deze code bepaalt onder meer dat gouden handdrukken niet hoger mogen zijn dan één jaarsalaris. Ook zijn leningen vanuit de onderneming aan bestuurders en commissarissen verboden. Verder moeten bonussen zijn gekoppeld aan uitdagende doelen. Voor de buitenwereld moet controleerbaar zijn of deze doelen zijn gehaald, op basis van objectieve en transparante criteria.
Medezeggenschapsorganen van grote ondernemingen (meer dan 100
werknemers) hebben recht op inzage in de beloningsverhoudingen van
de organisatie en dus ook die van de (gezamenlijke) bestuurders.
Zie ook artikel 31d en 31e
van de WOR.
De arbeidsvoorwaarden in Nederland zijn over het algemeen strak
geregeld via collectieve afspraken, geregeld in de diverse CAO’s en
via individuele arbeidsovereenkomsten. Daarnaast komen veel
personeelsvoorzieningen op organisatieniveau tot stand in overleg
met het personeel, via de ondernemingsraad.
De laatste jaren worden we steeds vaker geconfronteerd met het
fenomeen Employee benefits. Hoewel de literatuur hierover
vaak niet erg duidelijk is bedoelt men hiermee in het algemeen
secundaire arbeidsvoorwaarden zoals een collectieve
ziektekostenverzekering, een GSM, een auto van de zaak of een
regeling voor kinderopvang.
Kenmerkend bij Employee benefits is de keuzemogelijkheid van het
individu. De werknemer kan een keuze maken die is afgestemd op zijn
persoonlijke behoeften en die keuze vertegenwoordigt een bepaalde
waarde. Het Employee benefits pakket van de bestuurder van een
organisatie zal een andere waarde vertegenwoordigen dan dat van zijn
secretaresse.
De verwachting voor de toekomst is dat de collectieve afspraken
over arbeidsvoorwaarden plaats zullen maken voor zogenaamde
kaderafspraken. Hierbij zullen alleen de randvoorwaarden worden
vastgesteld en krijgen de organisaties meer bewegingsvrijheid bij
het invullen van de arbeidsvoorwaarden.
Dit betekent dus meer verantwoordelijkheid voor de
ondernemingsraad en een behoorlijke uitbreiding van het takenpakket!
De oudedagsvoorziening in Nederland is goed
geregeld. Naast de AOW-uitkering die elke inwoner van 65 jaar en
ouder van een basispensioen voorziet, kennen we talloze aanvullende
pensioenen.
Deze kunnen op verschillende niveaus zijn geregeld:
Veel werkgevers die in een bepaalde branche werkzaam zijn, hebben de pensioentoezeggingen aan hun werknemers ondergebracht bij de diverse bedrijfstakpensioenfondsen. De premies worden door de werkgevers en werknemers samen gedragen.
Veel zelfstandige ondernemers hebben hun pensioen
ondergebracht bij een van de beroepspensioenfondsen.
Ook privé kunnen mensen het nodige doen voor hun oudedagsvoorziening:
Als er nog een werknemer is in Nederland is die zijn opgebouwd ouderdomspensioen kan berekenen, dan moet hij wel haast actuaris (verzekeringswiskundige) van beroep zijn. Door allerlei wijzigingen in de regeling, verandering van baan etc. is hier meestal geen wijs meer uit te worden. Globaal genomen zijn er een aantal varianten op het uiteindelijke pensioenbedrag dat uitgekeerd wordt; de zogenaamde pensioenstelsels:
Pensioen is een recht dat wordt opgebouwd gedurende de tijd dat
iemand werkzaam is.
Als iemand van baan verandert kan hij de opgebouwde rechten laten
overdragen naar het pensioenfonds van de nieuwe werkgever. Dit moet
binnen 6 maanden.
Voor VUT-regelingen en prepensioenregelingen zijn per 1 januari
2006 de belastingheffing drastisch gewijzigd. De wijzigingen houden
o.a. in dat de werknemerspremies niet langer aftrekbaar zijn, de
werkgeverspremies bij het loon moeten worden geteld en dat over de
opgebouwde aanspraken belasting moet worden betaald (box 3). De
uitkeringen t.z.t. zijn echter onbelast.
Naast de voorzieningen voor de oudedag, bestaan er andere vormen van pensioen, die al of niet deel uitmaken van een pensioenregeling, zoals:
Meestal wordt het begrip "sociale verantwoordelijkheid van bedrijven" gebruikt om aan te geven dat bedrijven in het kader van hun bedrijfsactiviteiten en in hun relaties met andere partijen vrijwillig aandacht aan sociale kwesties en het milieu schenken.
Door hun sociale verantwoordelijkheid te nemen doen de bedrijven meer dan wettelijk van hen wordt verwacht: ze investeren in menselijk kapitaal, het milieu en hun relaties met andere betrokken partijen. Door meer te doen dan wettelijk is voorgeschreven (bijvoorbeeld door in milieuvriendelijke technologieën en bedrijfsactiviteiten te investeren) kunnen bedrijven hun concurrentiepositie versterken. Ook op sociaal vlak (bijvoorbeeld op het vlak van opleidingen, arbeidsomstandigheden en arbeidsverhoudingen) kunnen maatregelen die het strikt juridische kader overstijgen, rechtstreekse gevolgen voor de productiviteit hebben. Door hun sociale verantwoordelijkheid te nemen kunnen bedrijven op veranderingen inspelen en sociale ontwikkelingen met het streven naar een betere concurrentiepositie verzoenen.
Sociale verantwoordelijkheid spitst zich op bedrijfsniveau vooral op de werknemers toe en heeft onder meer betrekking op investeringen in menselijk kapitaal; gezondheid en veiligheid; en het inspelen op veranderingen. Milieuverantwoordelijke activiteiten hebben vooral betrekking op het beheer van de natuurlijke hulpbronnen die tijdens het productieproces worden gebruikt. Door hun sociale en milieuverantwoordelijkheid te nemen kunnen bedrijven op veranderingen inspelen en sociale ontwikkelingen met het streven naar een betere concurrentiepositie verzoenen.
Het is tegenwoordig een hele uitdaging voor bedrijven om geschoolde werknemers aan te trekken en te voorkomen dat ze het bedrijf weer verlaten. Bedrijven kunnen in dit verband tal van maatregelen nemen: levenslang leren; responsabilisering ("empowerment") van de werknemers; betere voorlichting van alle werknemers; een beter evenwicht tussen werk, gezinsleven en vrije tijd; een grotere verscheidenheid aan arbeidskrachten; gelijk loon en gelijke carrièremogelijkheden voor vrouwen; winstdeling en aandelenparticipatie; en aandacht voor de inzetbaarheid en de werkzekerheid van de werknemers. Ook de actieve begeleiding en het beheer van arbeidsongeschikte werknemers heeft tot een daling van de onkosten geleid.
Als bedrijven een doordacht aanwervingsbeleid voeren waarbij elke vorm van discriminatie wordt vermeden, kunnen leden van etnische minderheden, oudere werknemers, vrouwen, langdurig werklozen en mensen uit minder bevoorrechte bevolkingsgroepen gemakkelijker worden aangeworven. Alleen dan kunnen de doelstellingen van de Europese werkgelegenheidsstrategie (minder werkloosheid, een hogere arbeidsparticipatie, bestrijding van sociale uitsluiting) worden verwezenlijkt.
Bedrijven spelen op het vlak van levenslang leren op velerlei wijze
een sleutelrol. Door nauw samen te werken met plaatselijke actoren
die onderwijs- en opleidingsprogramma's ontwikkelen, helpen ze de
opleidingsbehoeften beter definiëren. Voorts helpen ze jongeren bij
de overgang van onderwijs naar beroepsleven (bijvoorbeeld door
jongeren een leerovereenkomst aan te bieden) en taxeren ze kennis
(vooral in het kader van APEL (Accreditation of Prior and
Experiential Learning)).
Ten slotte scheppen ze een klimaat waarin alle werknemers – en
vooral laaggeschoolde en oudere werknemers – worden gestimuleerd om
levenslang te leren.
Bedrijven moeten niet alleen intern maar ook ten aanzien van plaatselijke gemeenschappen hun sociale verantwoordelijkheid nemen. Behalve werknemers en aandeelhouders zijn tal van andere partijen bij de problematiek rond het thema "sociale verantwoordelijkheid van bedrijven" betrokken: zakenpartners, leveranciers, klanten, overheden en maatschappelijke organisaties die de belangen van plaatselijke gemeenschappen en het milieu behartigen. In een wereld van multinationale investeringen en wereldwijde aanbodketens moeten bedrijven hun sociale verantwoordelijkheid ook buiten Europa nemen. De snelle globalisering heeft de discussie over de rol en de ontwikkeling van "global governance" aangewakkerd en bedrijven die vrijwillig hun sociale verantwoordelijkheid nemen, dragen daartoe bij.
Bron: Groenboek Europese commissie: de bevordering van een Europees kader voor de sociale verantwoordelijkheid van bedrijven (CSR)
Ondernemen
Toelichting op de resultatenrekening
Arbo- en milieuzorg
Hoe komt een arbozorgsysteem tot stand?
Hoe komt een milieumanagementsysteem tot stand?
Risico Inventarisatie en evaluatie RI&E
Het belonen van mensen
De samenleving